Armoede bestrijden én sociale uitsluiting tegengaan.

Herdenking Esra Altmis

Esra en het lijden in onze gescheiden werelden

De vraag om iets te schrijven over het lijden in de wereld ligt mij zwaar op de maag. Want ik behoor volgens mij tot de meest verwende generatie ooit. Geboren in 1960. De toen net aangeboorde aardgasvelden vormden één van de financiële grondslagen van de verzorgingsstaat waarin ik opgroeide. Mijn beide ouders hebben gestudeerd, wat mijn vader een riante carrière (uiteindelijk bij Philips Medical Systems) opleverde met dito inkomen. De huizen waarin wij woonden werden steeds groter, de vakanties steeds luxer. Ik kon goed leren en studeren (Eindhovens Protestant Lyceum – nu Huygens, daarna de Vrije Universiteit, terug naar mijn geboortestad). Mijn generatie studeerde waar ze zin in had (zonder zorgen over een baan) en net zolang als ze wilde (zonder prestatiebeurs). Een collegejaar kostte slechts 500 gulden! En hoewel er een grote jeugdwerkeloosheid was tegen de tijd dat ik afstudeerde, had iedereen recht op een eigen woning en een riante uitkering. Zelf vond ik vrij snel goed betaald werk, dankzij contacten van mijn vader. Verder ben ik man, wit, keigezond, hetero. In bezit van alle zeven vinkjes. Wonend (single) in een riant appartement van 70m2 (Tivoli) als prepensionado: twee werkdagen per week. Kortom: het lijden voltrekt zich ver van mijn bed. Een lijden, van mens en natuur, dat waarschijnlijk ten dienste staat van de welvaart en veiligheid die ik mijn hele leven heb genoten.

 

Zoiets ligt zwaar op de maag. Hoe dan toch verbinding te zoeken met dat wereldse lijden? Als Boeddha het prinsenbestaan achter je laten? Als Sint Franciscus de melaatsen gaan dienen? Als de Joodse filosofe Simone Weil het leed en leven van fabrieksarbeiders delen, tot je er aan ten onder gaat?

 

Op dinsdagochtend 3 februari viel mij iets ongekends ten deel op dit vlak. Rond half elf betrad ik het Parktheater en werd gevraagd linksom de grote zaal in te gaan. Die zaal zat tot mijn grote verrassing afgeladen vol met een grote diversiteit aan mensen: jong, oud, man, vrouw, wit, gekleurd, hoofddoeken, afrokapsels, grijze kuiven, hippe baardjes. Twee maanden na haar plotselinge overlijden kwamen al deze mensen bijeen om Esra te gedenken. Zelf had ik Esra leren kennen als bezoeker van ons Socratisch Café. Met haar hulp hebben we een keer iets soortgelijks georganiseerd voor een clubje jongeren in Woensel-West, rond het thema ‘rechtvaardigheid’.

 

Esra groeide op als Marie-José Sengers in een groot katholiek Brabants gezin te Bergeijk. Zij leerde Bekir Altmis kennen tijdens een vakantie in Turkije. Toen hij in Nederland opdook werden ze verliefd en zijn ze getrouwd. Esra leerde Turks, bekeerde zich tot de Islam en koos er na verloop van tijd voor om een hoofddoek te dragen. Zo verenigde zij verschillende werelden in haar eigen manier van leven – tegen de keer in. Daar heeft ze ook haar levenswerk van gemaakt: het verbinden van verschillende gemeenschappen door talentontwikkeling, empowerment, inclusie en armoedebestrijding. Daartoe richtte ze o.a. de stichting ‘Ik Wil’ op. Waar ze ook kwam, met haar gulle Brabantse glimlach creëerde ze een veilige omgeving waar kwetsbare mensen zich gesteund voelden en hun eigen kracht hervonden.

 

Al die mensen waren hier samengekomen in de Hertog Jan zaal. Een muzikant speelde op de Turkse fluit, een imam zong verschillende verzen uit de Koran. Familie, vrienden, collega’s deelden hun ervaringen, deelden hun gemis – in diverse talen. Hoe ontroerend en bemoedigend deze herdenking ook was, het maakte mij pijnlijk duidelijk dat onze eigen stad, industrieel welvarend, mensen als Esra broodnodig heeft. Er is veel leed in onze directe omgeving, zonder dat wij dat in de gaten hebben binnen onze eigen bubbel. Die kwetsbare mensen opzoeken met een gulle Brabantse glimlach, over de grenzen van leef- en geloofsgemeenschappen heen, dat is wat Esra ons voordeed.

 

Daarbij moet wel even vermeld worden dat Esra geen heilige was als Boeddha of Sint Franciscus. Ze was een mens van vlees en bloed, kon zeer veeleisend en eigengereid zijn. Maar goed: ze mag dan geen heilige zijn, Esra Altmis is aan het eind van die bijeenkomst wel tot ereburger van Eindhoven benoemd. Postuum, een unicum!

 

Erik Boers, Samen, februari 2026

Deel dit bericht